Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 december 2022 op het verzet van
[naam] , te [plaats] , verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoeker heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 29 juni 2021, waarin het verzoek om herziening van een eerdere uitspraak werd afgewezen. Het verzoek om herziening betrof een eerdere beslissing waarbij het beroep van verzoeker tegen een beslissing van de Autoriteit Consument & Markt niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het College heeft in haar overwegingen vastgesteld dat het verzet geen nieuwe feiten of omstandigheden bevat die het oordeel over de onjuistheid van de eerdere uitspraak kunnen wijzigen. Daarnaast is het verzet deels gericht tegen griffiersbrieven en handelingen van de griffier, welke niet als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht worden aangemerkt en daarom niet vatbaar zijn voor verzet.
Ook het bezwaar tegen de griffierechtnota kon niet via het rechtsmiddel verzet worden behandeld, omdat dit geen besluit betreft waartegen bezwaar of beroep openstaat. Verzoeker is niet verschenen op de zitting, en de ACM was eveneens niet aanwezig.
Het College concludeert dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van 29 juni 2021 in stand blijft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. M.C. Stoové, in aanwezigheid van griffier E.A. van der Meel.
Uitkomst: Het College verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de eerdere uitspraak van 29 juni 2021.