Appellante, een vennootschap onder firma, heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming land- en tuinbouwondernemers COVID-19 (TLTO). Verweerder stelde dat appellante geen gedupeerde teler is, omdat zij werkzaamheden in rekening brengt bij grondeigenaren en de aardappelen tegen contractuele prijs van deze eigenaren koopt, waardoor zij als handelaar kwalificeert.
Appellante stelde dat zij op basis van deelteeltovereenkomsten samen met grondeigenaren de aardappelen teelt en de verantwoordelijkheid voor teelt en oogst draagt. Zij overhandigde verklaringen van grondeigenaren ter onderbouwing. Het College oordeelde dat de overeenkomsten en feitelijke situatie niet aannemelijk maken dat appellante als teler kwalificeert, mede omdat grondeigenaren de percelen in de Gecombineerde opgave hebben opgegeven en zij beslissingen over de teelt nemen.
Het College concludeert dat appellante niet tot de doelgroep van gedupeerde telers behoort waarvoor de TLTO-regeling is bedoeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerder om de tegemoetkoming op nul te stellen en het voorschot terug te vorderen blijft in stand.