ECLI:NL:CBB:2022:808
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling referentieperiode omzetverlies bij TVL-subsidie na overname deel bedrijfsactiviteiten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Economische Zaken en Klimaat inzake de vaststelling van subsidiebedragen voor de TVL over de eerste drie kwartalen van 2021. Het geschil betreft de gehanteerde referentieperiode voor de omzetverliesberekening, waarbij appellant betoogt dat de omzet van een overgenomen deel van een andere onderneming in de referentieperiode betrokken had moeten worden.
De minister heeft de hoofdregel toegepast en alleen de omzet van appellant zelf in de referentieperiode meegenomen, zonder de omzet van de overgenomen vestiging. Het College stelt vast dat appellant sinds 2011 is ingeschreven en dat de opening van een nieuwe vestiging in 2019 geen aanleiding geeft om af te wijken van de vaste referentieperiode in de regeling.
Voorts oordeelt het College dat de overname van een deel van de bedrijfsactiviteiten van een andere B.V. niet kan worden aangemerkt als voortzetting van dat bedrijf, aangezien de overgenomen B.V. is blijven voortbestaan. Hierdoor is het terecht dat alleen de omzet van appellant is meegenomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidies zijn correct vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidies zijn juist vastgesteld zonder omzet van de overgenomen bedrijfsactiviteiten mee te nemen.