De minister van Economische Zaken en Klimaat wees de subsidieaanvraag van [naam 1] B.V. voor de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2020 af. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. [naam 1] stelde dat het bezwaar tijdig was ingediend en dat de vertraging bij de postbezorging lag, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het College oordeelde dat het ontbreken van een leesbaar poststempel en het feit dat het bezwaarschrift pas op 18 oktober 2021 bij de minister binnenkwam, terwijl de termijn tot 12 oktober liep, voor rekening van appellante komt. Er was geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding. Ook de ernst van het besluit en de belangen van appellante konden de overschrijding niet rechtvaardigen.
Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard, behandelde het College het inhoudelijke bezwaar niet. Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.