Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 maart 2023 in de zaak tussen
,te [plaats] ( [naam 1] ),
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De minister van Economische Zaken en Klimaat wees de subsidieaanvraag van een MKB-ondernemer voor de TVL Q1 2021 af omdat niet werd voldaan aan het vestigingsvereiste. De ondernemer voerde aan dat hij in Q1 2019 wel aan dit vereiste voldeed en dat de bedrijfsactiviteiten duurzaam werden uitgeoefend op een ander adres dan het privéadres.
Het College oordeelde dat voor de TVL Q1 2021 het vestigingsvereiste moet worden beoordeeld op de situatie in dat kwartaal. Het adres dat in Q1 2021 in het handelsregister stond ingeschreven, gold als vestigingsadres. De ondernemer kon niet aannemelijk maken dat op dit adres duurzame bedrijfsactiviteiten plaatsvonden, mede omdat de bedrijfsruimte ongeschikt was en verbouwingen nog gaande waren. Ook het eerdere adres waar hij een huurovereenkomst overlegde, voldeed niet omdat niet was aangetoond dat daar in Q1 2021 daadwerkelijk activiteiten werden verricht.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de subsidie gehandhaafd. De minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag afgewezen wegens niet voldoen aan het vestigingsvereiste in Q1 2021.