ECLI:NL:CBB:2023:203
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag betalingsrechten GLB wegens te late indiening zonder overmacht
Appellant, een landbouwer die het bedrijf van zijn ouders heeft overgenomen, diende in 2021 voor het eerst een Gecombineerde opgave in voor de uitbetaling van basis-, vergroenings- en jonge landbouwersbetalingen onder het GLB. De aanvraag moest uiterlijk 17 mei 2021 zijn ingediend, maar werd pas op 10 augustus 2021 elektronisch verzonden en ontvangen. Verweerder wees de aanvraag af wegens overschrijding van de termijn met meer dan 25 kalenderdagen, conform artikel 13 van Pro Verordening 640/2014.
Appellant stelde dat hij de aanvraag op 11 mei 2021 volledig had ingevuld en ondertekend, maar dat er een systeemfout was waardoor hij dacht dat de aanvraag was verstuurd. Het College oordeelde dat de aanvraag pas op 10 augustus 2021 was ontvangen en dat verweerder geen aanwijzingen had voor systeemstoringen op 11 mei 2021. Het ontbreken van een ontvangstbevestiging bevestigde dit.
Het College verwierp het beroep omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden, zoals vereist door vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU. Het feit dat verweerder een last onder dwangsom had ingetrokken op basis van andere wetgeving, deed hieraan niet af. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag wordt afgewezen wegens te late indiening zonder overmacht.