ECLI:NL:CBB:2023:212
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep ongegrond tegen weigering TVL-subsidie wegens geen omzetverlies
De vennootschap exploiteert een horecabedrijf en vroeg subsidie aan op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021. De minister weigerde de subsidie omdat de vennootschap in de gekozen referentieperiode, het vierde kwartaal van 2019, geen omzet had en dus geen omzetverlies kon aantonen.
De vennootschap stelde dat de minister ten onrechte niet had uitgegaan van een afwijkende referentieperiode, namelijk het derde kwartaal van 2020, gelet op de inschrijving van de vestiging in het handelsregister. Zij maakte onderscheid tussen de inschrijving van de rechtspersoon en de inschrijving van de onderneming.
Het College oordeelde dat de inschrijving van de vennootschap en de onderneming op dezelfde datum in het handelsregister staat vermeld en dat artikel 2.5.3, derde lid, van de TVL-regeling daarom niet van toepassing is. De minister had terecht de door de vennootschap gekozen referentieperiode gehanteerd. Omdat in die periode geen omzet was, is er geen omzetverlies en is de subsidie terecht geweigerd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie is terecht geweigerd wegens geen omzetverlies in de referentieperiode.