ECLI:NL:CBB:2023:323
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing subsidie niet tijdig ingediend, beroep ongegrond verklaard
De minister heeft op 29 oktober 2021 het subsidieaanvraag van de subsidie-aanvrager afgewezen. De subsidie-aanvrager diende een bezwaarschrift in, maar dit was niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes weken. De minister verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:7 en Pro 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht.
De subsidie-aanvrager stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij pas op 9 februari 2022, toen de subsidieaanvraag van de buren werd toegekend, besefte dat er sprake was van willekeur en strijd met het gelijkheidsbeginsel. Het College oordeelde echter dat het afwijzingsbesluit op zichzelf staat en niet afhankelijk is van het besluit op de subsidieaanvraag van de buren.
Het College benadrukte het belang van rechtszekerheid en dat de bezwaartermijn strikt moet worden nageleefd. Omdat de subsidie-aanvrager geen aanleiding had om binnen de termijn bezwaar te maken, is er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en geen sprake is van verschoonbare termijnoverschrijding.