ECLI:NL:CBB:2023:338
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening
De ondernemer diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het derde kwartaal van 2021. Deze aanvraag werd afgewezen omdat deze niet binnen de gestelde aanvraagperiode was ingediend. De ondernemer stelde dat de boekhouder ten onrechte meende dat het niet was toegestaan om gelijktijdig een TVL- en een TRSEC-aanvraag in te dienen, waardoor de TVL-aanvraag te laat werd ingediend.
Het College oordeelde dat uit de regelgeving niet blijkt dat gelijktijdige aanvragen verboden zijn en dat de ondernemer zelf verantwoordelijk is voor het tijdig indienen van de aanvraag en het op de hoogte zijn van de voorwaarden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat geen vergelijkbare gevallen waren aangevoerd.
De minister heeft het bezwaar tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag terecht ongegrond verklaard. Het College verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening is ongegrond verklaard.