ECLI:NL:CBB:2023:376

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 juli 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
22/584
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19

De vennootschap had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat inzake subsidie vaste lasten financiering COVID-19. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening en het College bevestigde dit in een eerdere uitspraak zonder zitting.

De vennootschap deed vervolgens verzet en verzocht om behandeling ter zitting, maar verscheen niet. Zij stelde dat zij moest wachten op documenten van een opdrachtgever in Suriname om het bezwaar te onderbouwen, waardoor de termijnoverschrijding niet verschoonbaar zou zijn.

Het College oordeelde dat de vennootschap geen voldoende gronden had aangevoerd om de termijnoverschrijding als verschoonbaar te beschouwen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard, hetgeen betekent dat het bezwaar niet inhoudelijk wordt behandeld en de procedure is beëindigd.

De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door mr. M.J. Jacobs, met griffier E.A. van der Meel, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.

Uitkomst: Het verzet van de vennootschap tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar bezwaar is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/584

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van

[naam] B.V., te [plaats] (de vennootschap)

Procesverloop

De vennootschap heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 10 februari 2022.
Bij uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
De vennootschap heeft tegen de uitspraak van 28 februari 2023 verzet gedaan en verzocht te worden gehoord.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. Namens de vennootschap is niemand verschenen.

Overwegingen

1. Met het besluit van 10 februari 2022 heeft de minister het bezwaar van de vennootschap tegen het eerdere besluit van de minister van 19 augustus 2021 kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. In de uitspraak van 28 februari 2023 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In verzet heeft de vennootschap herhaald dat zij niet eerder bezwaar heeft gemaakt omdat zij in afwachting was van bepaalde documenten ter onderbouwing van haar bezwaarschrift. Direct na ontvangst van deze documenten van de opdrachtgever uit Suriname heeft zij het bezwaarschrift ingediend. De vennootschap vindt het niet logisch dat haar de wettelijke bezwaarstermijn wordt tegengeworpen omdat zij moest wachten op documenten van de Belastingdienst van Suriname.
3. Het College stelt vast dat de vennootschap in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen