ECLI:NL:CBB:2023:381

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
18 juli 2023
Publicatiedatum
17 juli 2023
Zaaknummer
22/745
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

De ondernemer had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat over een subsidie vaste lasten financiering COVID-19. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en deze termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde dit oordeel in een uitspraak van 31 januari 2023 zonder zitting. De ondernemer deed hiertegen verzet en voerde aan dat het onrechtvaardig was dat alleen zijn termijnoverschrijding werd beoordeeld, terwijl RVO te laat was met het indienen van een verweerschrift.

Het College oordeelde dat de termijnoverschrijding van de ondernemer niet verontschuldigbaar was en dat het verwijt aan RVO niet terecht was, omdat RVO binnen de gestelde termijn alsnog een verweerschrift had ingediend. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en het beroep niet inhoudelijk behandeld.

Uitkomst: Het verzet van de ondernemer tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar is ongegrond verklaard.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/745

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2023 op het verzet van

[naam 1] , te [plaats] (de ondernemer)

Procesverloop

De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister) van 7 maart 2022.
Bij uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, het beroep ongegrond verklaard.
De ondernemer heeft tegen de uitspraak van 31 januari 2023 verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 12 juni 2023. [naam 2] heeft aan de zitting deelgenomen.

Overwegingen

1. Met het besluit van 7 maart 2022 heeft de minister het bezwaar van de ondernemer tegen het eerdere besluit van de minister van 20 augustus 2021 niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift (veel) te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar (verontschuldigbaar) is. In de uitspraak van 31 januari 2023 heeft het College geoordeeld dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
2. In verzet voert de ondernemer aan dat hij het oneerlijk vindt dat bij de beoordeling van het beroepschrift enkel en alleen is gekeken of het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend, terwijl RVO vijf weken te laat was met het indienen van het verweerschrift. Dit getuigt volgens hem van een ongelijke behandeling van mens en overheid.
3. Het in verzet aangevoerde brengt het College niet tot het oordeel dat de uitspraak van 31 januari 2023 onjuist is. De termijnoverschrijding is niet verontschuldigbaar. Overigens acht het College het verwijt van de ondernemer aan de RVO niet terecht. In de brief waarin RVO werd gevraagd om de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen, is RVO de mogelijkheid gegeven om een verweerschrift in te dienen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Omdat het College het wenselijk achtte dat er toch een verweerschrift werd ingediend, is RVO verzocht om binnen vier weken na 21 juli 2022 alsnog een verweerschrift in te dienen. RVO heeft op 3 augustus 2022, dus binnen de termijn, gehoor gegeven aan dat verzoek. Het verzet moet daarom ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat het beroep van de vennootschap niet inhoudelijk zal worden behandeld en de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
4. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs, in aanwezigheid van E.A. van der Meel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023.
w.g. M.J. Jacobs De griffier is verhinderd te ondertekenen