ECLI:NL:CBB:2023:390
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidie vaste lasten MKB COVID-19 wegens onduidelijke omzetbepaling
De minister van Economische Zaken en Klimaat verleende aan de onderneming een subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL1) voor juni tot en met september 2020. Na bezwaar werd het oorspronkelijke besluit vervangen door een vervangingsbesluit met een hogere subsidie. De onderneming stelde dat de omzet hoger was dan door de minister gehanteerd.
De minister trok vervolgens de subsidie ambtshalve in op grond van artikel 4:48 Awb Pro omdat de onderneming onvoldoende en onduidelijke omzetgegevens had verstrekt, ondanks herhaalde verzoeken. De onderneming voerde aan dat door een fusie met een andere BV de omzet samen moest worden genomen en dat de omzet wel degelijk uit de stukken bleek.
Het College oordeelde dat de minister terecht de subsidieverlening introk omdat de omzet niet op eenvoudige en duidelijke wijze kon worden vastgesteld. De onderneming had niet voldaan aan de informatieverplichtingen, en de minister had daardoor niet kunnen vaststellen dat aan de subsidievoorwaarden was voldaan. Het beroep tegen de intrekking werd ongegrond verklaard, het beroep tegen het vervangingsbesluit niet-ontvankelijk. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de subsidie wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht ingetrokken.