ECLI:NL:CBB:2023:391
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag TVL wegens niet tijdig indienen namens dochtervennootschap
De moedervennootschap diende een aanvraag in voor de TVL-subsidie over het tweede kwartaal van 2021, die werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de vereisten van vaste lasten en omzetverlies. Kort voor de hoorzitting verzocht de moedervennootschap om de aanvraag te beschouwen als ingediend door haar dochtervennootschap, die destijds geen eHerkenning had.
De minister wees dit verzoek af omdat het te laat was ingediend en de regeling geen wijziging van aanvragen na sluitingstermijn toestaat. De dochtervennootschap had geen bezwaar gemaakt en is daarom niet-ontvankelijk in beroep. De moedervennootschap voldeed niet aan de vestigingseis en andere voorwaarden, waardoor haar beroep ongegrond werd verklaard.
Het College herstelde een motiveringsgebrek in de beslissing op bezwaar, maar achtte dit niet nadelig voor de moedervennootschap. Verzoeken tot vergoeding van kosten wegens een niet doorgang van een hoorzitting werden afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep van de dochtervennootschap is niet-ontvankelijk en het beroep van de moedervennootschap ongegrond verklaard; de minister wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.