De minister heeft op 8 juni 2023 een stal van een pluimveehouderij besmet verklaard met salmonella enteritidis na positieve testresultaten. De pluimveehouderij stelde dat vanwege de uitzonderlijke omstandigheden, waaronder vaccinatie van de kippen en mogelijke kruisbesmetting, een bevestigingsonderzoek noodzakelijk was. Tevens werd gesteld dat de besmetverklaring en maatregelen leiden tot aanzienlijke financiële en reputatieschade.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het vereiste spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening niet was aangetoond, aangezien de pluimveehouderij niet aannemelijk had gemaakt dat de bedrijfsvoering ernstig in gevaar zou komen. Ook was er geen reden om aan te nemen dat het bestreden besluit in de bodemprocedure niet in stand zou blijven.
De minister verwees naar de toepasselijke EU-verordening 517/2011, die bepaalt dat een legkoppel als positief wordt beschouwd bij één positief monster, en stelde dat de pilotprocedure van de NVWA geen juridische status heeft en niet van toepassing is op deze besmetting.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de omstandigheden onvoldoende aanleiding geven voor een uitzonderlijk geval en dat de verklaringen van dierenartsen geen zekerheid over kruisbesmetting bieden. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester op 18 juli 2023 en bindt het College niet in de bodemprocedure.