ECLI:NL:CBB:2023:46
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens niet voldoen vestigingsvereiste door reisbureau vanuit huis
Appellante, een reisbureau dat vanuit haar privéwoning opereert zonder een eigen opgang of fysiek afgescheiden werkruimte, ontving subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19. Verweerder trok deze subsidie in omdat appellante niet voldeed aan het vestigingsvereiste, dat vereist dat een onderneming een vestiging heeft met een ander adres dan het privéadres of een fysiek afgescheiden ruimte met eigen toegang.
Appellante voerde aan dat haar onderneming feitelijk ambulant is omdat zij met een computer en telefoon vanaf elke locatie reizen kan verkopen en dat zij vaste lasten heeft, waardoor zij in aanmerking zou moeten komen voor een uitzondering op het vestigingsvereiste. Het College oordeelde echter dat de uitzondering alleen geldt voor ondernemingen met specifieke SBI-codes, en de SBI-code van appellante (79.12 reisorganisatie) valt hier niet onder.
Het College stelde vast dat de kantoorruimte in de woning geen fysiek afgescheiden vestiging vormt en dat appellante niet als ambulante onderneming kan worden aangemerkt. Daarom was de intrekking van de subsidie terecht en was ook de terugvordering van het voorschot niet onrechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de subsidie wordt ongegrond verklaard omdat appellante niet voldoet aan het vestigingsvereiste.