ECLI:NL:CBB:2023:542
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onduidelijke omzetreferentie
De onderneming heeft een subsidieaanvraag ingediend voor de vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over het tweede kwartaal van 2021, met het tweede kwartaal van 2019 als referentieperiode. De minister wees de aanvraag af omdat de onderneming bij verschillende aanvragen verschillende omzetbedragen voor dezelfde referentieperiode had opgegeven.
De onderneming voerde aan dat een formulefout in een Excelbestand de verschillen veroorzaakte en overhandigde diverse financiële stukken zoals aangifte omzetbelasting, grootboekkaarten en bankafschriften. Desondanks kon zij niet duidelijk maken wat de juiste omzet in het tweede kwartaal van 2019 was. De minister handhaafde het afwijzingsbesluit omdat de omzet niet op eenvoudige en duidelijke wijze uit de administratie bleek.
Het College oordeelde dat de onderneming niet voldeed aan de informatieplicht uit de regeling en dat het ontbreken van een heldere omzetvaststelling in de referentieperiode de subsidieaanvraag terecht deed afwijzen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De subsidieaanvraag is terecht afgewezen vanwege onvoldoende aannemelijk gemaakte omzet in de referentieperiode.