ECLI:NL:CBB:2023:580
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten COVID-19 wegens te late indiening en onvoldoende e-Herkenning
De onderneming diende een aanvraag in voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. Deze aanvraag werd afgewezen omdat deze te laat was ingediend, namelijk na de sluitingsdatum van 20 augustus 2021. De onderneming beschikte niet over het vereiste e-Herkenning niveau 3, maar slechts niveau 2+, waardoor zij de aanvraag niet tijdig kon indienen. De upgrade naar niveau 3 werd pas na de aanvraagperiode verwerkt.
De onderneming betoogde dat zij niet verantwoordelijk was voor de late upgrade en dat zij bij tijdige kennis contact had willen opnemen met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De minister stelde dat de onderneming zelf verantwoordelijk was voor het tijdig regelen van de juiste e-Herkenning en dat de aanvraag terecht was afgewezen.
Het College oordeelde dat de afwijzing niet onevenredig was. De onderneming had tijdig moeten controleren of zij over de juiste e-Herkenning beschikte en bij het uitblijven daarvan binnen de aanvraagperiode contact moeten opnemen met de RVO. De aanvraag werd terecht afgewezen wegens te late indiening. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening en onvoldoende e-Herkenning wordt ongegrond verklaard.