ECLI:NL:CBB:2023:599
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Omzetbepaling voor TVL-subsidie omvat verkoop bedrijfsauto volgens aangifte omzetbelasting
In deze zaak heeft de onderneming beroep ingesteld tegen de beslissing omtrent de vaststelling van de omzet voor de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in het kader van COVID-19-financiering. De kern van het geschil betrof de vraag of de opbrengst van de verkoop van een oude bedrijfsauto moest worden meegerekend in de omzet.
Het College stelt vast dat de omzet voor de TVL wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De onderneming voerde aan dat de verkoop van de bedrijfsauto geen reguliere bedrijfsopbrengst is en daarom niet in de omzet moet worden meegenomen. Het College begrijpt deze redenering, maar wijst erop dat in het systeem van de TVL geen ruimte is voor uitzonderingen wanneer de opbrengst wel in de omzetbelastingaangifte is opgenomen.
Daarnaast heeft de onderneming verzocht om vergoeding van accountantskosten die zijn gemaakt voor het aanleveren van aanvullende informatie tijdens de bezwaarfase. Het College wijst dit verzoek af omdat het pas na afloop van de bezwaarfase is ingediend en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en daarmee wordt de omzetbepaling inclusief de opbrengst van de bedrijfsauto bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de omzetbepaling inclusief de opbrengst van de bedrijfsauto wordt bevestigd.