ECLI:NL:CBB:2023:623
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling subsidie vaste lasten COVID-19 op nul wegens onvoldoende omzetverlies
De ondernemer heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de minister van Economische Zaken en Klimaat waarbij de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 op nul is vastgesteld. De ondernemer betoogde dat de verkoopopbrengst van een leaseauto niet tot de omzet gerekend moest worden omdat het een noodverkoop betrof om schulden af te lossen, waardoor zijn omzet lager zou zijn dan volgens de aangifte omzetbelasting.
Het College overweegt dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens zoals deze blijken uit de aangifte omzetbelasting, conform de regeling die dit als hoofdregel voorschrijft. Het College verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is geoordeeld dat dit uitgangspunt niet onrechtmatig is. De verkoopopbrengst van de leaseauto behoort volgens de omzetbelasting tot de omzet en kan daarom niet buiten beschouwing worden gelaten.
Verder overweegt het College dat de minister terecht heeft vastgesteld dat niet is voldaan aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies, waardoor de subsidie op nul is vastgesteld. Er is geen hardheidsclausule in de regeling opgenomen en de door de ondernemer aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen kosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nul vanwege onvoldoende omzetverlies.