ECLI:NL:CBB:2023:648
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen intrekking subsidie vaste lasten vanwege vestigingsvereiste
De onderneming, een mediabureau, had subsidie ontvangen op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het derde kwartaal van 2021. De minister trok deze subsidie in omdat de onderneming volgens hem niet voldeed aan het vestigingsvereiste van de regeling, zoals neergelegd in artikel 2.4.2, tweede lid, aanhef en onder e, van de TVL. De onderneming was ingeschreven op een adres in een bedrijfsverzamelgebouw waar zij een flexbureau huurde en daar haar activiteiten duurzaam uitoefende.
Het College overwoog dat het enkel inschrijven in het handelsregister niet bepalend is, maar dat materieel sprake moet zijn van duurzame uitoefening van activiteiten op het vestigingsadres. De onderneming gebruikte het bureau drie tot vier dagen per week, telkens enkele uren, zonder reserveringssysteem, en had feitelijk altijd dezelfde werkplek beschikbaar. Dit maakte het adres meer dan een virtueel kantoor.
Het College verwierp het standpunt van de minister dat alleen een kantoor met een eigen sleutel als vestiging kan gelden. Het oordeel was dat het adres als vestiging in de zin van de TVL-regeling moet worden aangemerkt. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en werd de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de onderneming vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot intrekking van de subsidie wordt vernietigd.