ECLI:NL:CBB:2023:670
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen euthanasie van runderen wegens slechte gezondheid
Een veehouder heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin hij werd verplicht drie van zijn runderen te euthanaseren vanwege hun slechte gezondheidstoestand. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening en oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang gezien de onomkeerbare aard van de maatregel.
De minister baseerde het besluit op inspecties door toezichthoudende dierenartsen en een eigen dierenarts van de veehouder, die allen concludeerden dat euthanasie noodzakelijk was vanwege ernstige pijn en onvoldoende verzorging. De veehouder betwistte dit en stelde dat de dieren mobiel waren en nog behandeld konden worden, en dat lichtere middelen mogelijk waren.
De voorzieningenrechter weegt het deskundige oordeel van de dierenartsen zwaarder dan de mening van de veehouder. De overtreding van artikel 1.7 van het Besluit houders van dieren is voldoende onderbouwd en niet bestreden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, en het besluit van de minister wordt voorlopig als rechtmatig beschouwd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit tot euthanasie van drie runderen wordt afgewezen.