ECLI:NL:CBB:2023:731
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over last onder dwangsom wegens taxivervoer zonder vergunning
Op 9 maart 2022 werd [naam 1] door de Koninklijke Marechaussee aangehouden op Schiphol wegens het verrichten van taxivervoer zonder vergunning. Hij vervoerde twee personen tegen betaling, wat werd vastgesteld aan de hand van processen-verbaal en waarnemingen van verbalisanten. [naam 1] stelde dat het vervoer privé was en dat hij slechts vrienden hielp met een vergoeding voor benzine, en dat hij een verhuisbedrijf heeft waarvoor geen vergunning nodig is.
De staatssecretaris legde een last onder dwangsom op om herhaling van de overtreding te voorkomen. Het College oordeelde dat het vervoer van personen tegen betaling onder de definitie van taxivervoer valt volgens de Wet personenvervoer 2000. Het beroep van [naam 1] dat het geen taxivervoer betrof maar een vriendendienst, werd verworpen omdat de vergoeding hoger was dan alleen brandstofkosten en het vervoer via Facebook was georganiseerd.
Het College concludeerde dat de staatssecretaris terecht handelde en dat de last onder dwangsom niet onevenredig is. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door mr. H.S.J. Albers op 19 december 2023.
Uitkomst: Het beroep van [naam 1] tegen de last onder dwangsom wegens taxivervoer zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.