ECLI:NL:CBB:2023:753
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid drempel vaste lasten TVL-subsidie voor kleine ondernemingen
De onderneming diende een aanvraag in voor de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021, welke door de minister van Economische Zaken en Klimaat werd afgewezen. De oorspronkelijke afwijzing was gebaseerd op de SBI-code, maar na gegrondverklaring van het bezwaar hierover, werd de aanvraag alsnog afgewezen omdat de vaste lasten niet boven de drempel van €1.500,- uitkwamen.
De onderneming stelde dat deze drempel onredelijk, oneerlijk en discriminerend is voor kleine ondernemingen. Het College oordeelde dat de drempel is ingesteld omdat bedrijven met vaste lasten onder €1.500,- geacht worden deze zonder steun te kunnen dragen, en dat deze drempel niet op voorhand onredelijk of discriminerend is. De onderneming slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de drempel onevenredig uitvalt voor kleine ondernemingen.
Verder werd bij de berekening van de vaste lasten een forfaitair percentage van 7% van de omzet gehanteerd. De onderneming voerde aan dat haar werkelijke vaste lasten hoger zijn, maar het College bevestigde de vaste lijn dat in een forfaitair systeem geen rekening kan worden gehouden met afwijkingen in individuele gevallen. De minister mocht daarom de aanvraag afwijzen.
Ten slotte wees het College erop dat de onderneming vanwege haar SBI-code eerder niet in aanmerking kwam voor TOGS, maar dat dit buiten het bestreden besluit valt. De onderneming kan zelf een melding doen bij de RVO, maar de kans van slagen acht het College klein.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de TVL-subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard.