ECLI:NL:CBB:2023:79

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
21 februari 2023
Publicatiedatum
20 februari 2023
Zaaknummer
22/897
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid door te laat ingediend bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19

Bij besluit van 21 december 2021 stelde de minister van Economische Zaken en Klimaat de subsidie voor vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2021 vast op € 0,- en reviseerde het betaalde voorschot terug. De appellant, een subsidieaanvrager, diende een bezwaarschrift in dat door de minister op 6 mei 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard wegens te late indiening.

De appellant voerde aan dat hij het besluit niet tijdig kon vinden in de digitale omgeving van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vanwege onduidelijkheden in de gebruikersinterface en zijn beperkte digitale vaardigheden. Hij was in de veronderstelling schriftelijk geïnformeerd te worden en zag daardoor de bezwaartermijn over het hoofd. Het College oordeelde echter dat de minister het besluit correct digitaal bekend had gemaakt en dat de appellant uitdrukkelijk toestemming had gegeven voor digitale berichtgeving.

Het College stelde vast dat het bezwaarschrift ruim na de termijn van zes weken was ontvangen en dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was omdat de appellant geen hulp had ingeroepen om het besluit tijdig in te zien. De verantwoordelijkheid lag bij de appellant om de digitale berichten goed te controleren. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard. Een inhoudelijke behandeling van het subsidiebedrag vond niet plaats.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/897

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2023 in de zaak tussen

[naam 1] h.o.d.n. [naam 2]( [naam 1] ), te [plaats] ,
en

de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister),

(gemachtigden: E.S.M. Slot en mr. H.G.M. Wammes).

Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2021 (het vaststellingsbesluit) heeft de minister de op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) aan [naam 1] verleende subsidie voor het eerste (Q1) van 2021 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot teruggevorderd.
Bij besluit van 6 mei 2022 (de beslissing op bezwaar) heeft de minister het bezwaar van [naam 1] niet-ontvankelijk verklaard.
[naam 1] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft de zaak op 23 januari 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam 1] en de gemachtigden van verweerder.

Overwegingen

1. De minister heeft het bezwaar van [naam 1] niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2. Artikel 6:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt in samenhang met artikel 6:7 van Pro de Awb dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen. Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. De termijnoverschrijding is dan verschoonbaar.
3. [naam 1] heeft in beroep aangevoerd dat hij de inhoud van het bestreden besluit in de digitale omgeving van de RVO niet tijdig heeft kunnen inzien. Het is [naam 1] volledig ontgaan dat men in de digitale omgeving via het balkje een kolom heen- en weer kan schuiven, waardoor de kolom waarin het document van de beslissing op bezwaar stond zichtbaar wordt. Dit geldt voor twee aparte kolommen in de digitale omgeving. Alleen als men de kolom naar links heeft geschoven, wordt het rechter gedeelte met de “aanklikbare” vensters zichtbaar. Via deze vensters komt men terecht bij de daadwerkelijke besluiten. De minister stelt dat [naam 1] hulp had moeten vragen, omdat hij digitaal niet onderlegd is. [naam 1] stelt daar echter tegenover dat juist omdat hij niet digitaal onderlegd is, hij het bestreden besluit niet heeft gezien en daarom ook niet wist dat hij binnen zes weken bezwaar moest maken. [naam 1] was in de veronderstelling dat hij schriftelijk op de hoogte gesteld zou worden van het bestreden besluit en de bezwaartermijnen. Doordat [naam 1] de inhoud van het besluit niet heeft kunnen zien, was hij zich ook niet bewust van de urgentie en heeft hij om die reden geen hulp van een derde ingeroepen.
4.1
Het College stelt vast dat de minister het vaststellingsbesluit volgens de daarvoor geldende regels (digitaal) bekend heeft gemaakt. Met zijn aanvraag heeft [naam 1] uitdrukkelijk toestemming gegeven om alleen digitaal bericht te ontvangen over de aanvraag. [naam 1] heeft ook bevestigd dat hij het bestreden besluit in de digitale omgeving heeft zien staan. De bezwaartermijn tegen het vaststellingsbesluit eindigde op 1 februari 2020, terwijl het bezwaarschrift is ontvangen op 14 maart 2021. Het bezwaar is dus te laat ingediend.
4.2
Het College is met de minister van oordeel dat van een verschoonbare termijnoverschrijding in dit geval geen sprake is. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het op de weg van [naam 1] lag om hulp in te schakelen toen het hem niet lukte om het besluit in te zien, dan wel daarover navraag te doen bij RVO. Het is de eigen verantwoordelijkheid van een aanvrager van subsidie om zelf goed in te gaten te houden of er nieuwe berichten zijn en wat de inhoud daarvan is.
5. De conclusie is dat de minister het bezwaar van [naam 1] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat niet is gebleken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
6. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, komt het College niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het TVL-besluit, waarin de minister de aan [naam 1] verleende subsidie heeft vastgesteld op € 0,-.
7. Het beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
8. De Awb voorziet niet in de mogelijkheid om het verweer van de minister nietontvankelijk te verklaren wegens overschrijding van de indieningstermijn, zoals [naam 1] heeft gevraagd.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van H.L.A. Kleinjans, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken 21 februari 2023.
w.g. D. Brugman w.g. H.L.A. Kleinjans