Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2023:92

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
28 februari 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
22/1390
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 2:14 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bij te laat ingediend bezwaar tegen TVL-besluit

De minister van Economische Zaken en Klimaat wees de aanvraag van eiser voor de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021 af bij besluit van 10 februari 2022. Eiser diende bezwaar in, maar dit werd bij besluit van 5 juli 2022 niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.

Tijdens de zitting op 9 februari 2023 stelde het College vast dat eiser en zijn gemachtigde op de hoogte waren van het TVL-besluit via een notificatiebericht. De gemachtigde had het bericht ontvangen maar ging ten onrechte uit van een positieve beschikking, waardoor het bezwaarschrift te laat werd ingediend. De termijnoverschrijding werd niet als verschoonbaar beoordeeld omdat het wettelijk systeem vereist dat bezwaar tijdig wordt gemaakt.

Het College oordeelde dat de digitale bekendmaking rechtsgeldig was en dat de bezwaartermijn op 11 februari 2022 begon te lopen. Het bezwaarschrift werd pas op 30 maart 2022 ontvangen, zes dagen na afloop van de termijn. Omdat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard, werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift door te late indiening.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 22/1390

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2023 in de zaak tussen

[naam] , te [plaats] ( [naam] )

(gemachtigde: P.F.J. Geelen),
en

de minister van Economische Zaken en Klimaat (de minister),

(gemachtigden: mr. M.J.H. van der Burgt en mr. Z. Turk).

Procesverloop

Bij besluit van 10 februari 2022 (het TVL-besluit) heeft de minister de aanvraag van [naam] voor de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal (Q4) van 2021 afgewezen.
Bij besluit van 5 juli 2022 (de beslissing op bezwaar) heeft de minister het bezwaar van [naam] niet-ontvankelijk verklaard.
[naam] heeft tegen de beslissing op bezwaar beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het College heeft de zaak op 9 februari 2023 op zitting behandeld. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van [naam] en van de minister.

Overwegingen

1. De minister heeft het bezwaar van [naam] niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend en de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is.
2. Artikel 6:9, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt in samenhang met artikel 6:7 van Pro de Awb dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de bezwaartermijn van zes weken is ontvangen. Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. De termijnoverschrijding is dan verschoonbaar.
3. De gemachtigde van [naam] ontkent niet dat hij het bezwaarschrift te laat heeft ingediend. In het begin heeft hij na iedere e-mail voor iedere cliënt ingelogd en de berichten bekeken. Het inlogproces was zeer tijdrovend en omslachtig. Omdat in de notificatieberichten telkens alleen stond dat er een bericht klaar stond en deze berichten louter bevestigingen van de aanvragen bleken, hield de gemachtigde ermee op telkens het inlogproces te doorlopen om vervolgens alleen te constateren dat er weer een aanvraag was geaccepteerd. Achteraf bleek dat er in het betreffende geval geen bevestiging, maar een afwijzing klaar stond. In het geval van [naam] had hij geen enkele reden had om aan te nemen dat dat het geval was. Omdat [naam] in de veronderstelling was dat de uitbetaling tot acht weken kon duren, was er voor haar geen reden om ongerust te zijn. Toen de gemachtigde vervolgens inlogde zag hij dat er één week na de aanvraag al een afwijzing klaar stond en hij vier dagen te laat was om bezwaar te maken. [naam] heeft noodgedwongen de digitale communicatie geaccepteerd, omdat anders geen TVL kon worden aangevraagd. Zij verzoekt het College haar de termijnoverschrijding uit coulance niet tegen te werpen.
4. Het College stelt vast dat [naam] bij het indienen van de aanvraag heeft aangegeven akkoord te gaan met verdere digitale communicatie. De minister heeft ter zitting onweersproken gesteld dat dit geen verplichting was; een TVL-aanvraag kon ook per brief worden gedaan. Nu [naam] aldus kenbaar had gemaakt dat zij langs de elektronische weg voldoende bereikbaar was, kon de minister het TVL-besluit op de voet van 2:14, eerste lid, van de Awb rechtsgeldig digitaal bekendmaken. Hij heeft het TVLbesluit op 10 februari 2022 in de digitale omgeving geplaatst en daarover dezelfde dag een notificatiebericht verstuurd. Het College heeft geen reden om aan te nemen dat [naam] het TVL-besluit niet heeft ontvangen. Dit betekent dat de bezwaartermijn op grond van artikel 6:8, eerste lid, van de Awb, is gaan lopen op 11 februari 2022.
5. De laatste dag van de bezwaartermijn viel op 24 maart 2022. De minister heeft het bezwaarschrift op 30 maart 2022 - dus buiten de termijn - ontvangen. Het bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn ingediend. De vraag is of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
6. Het College is van oordeel dat de minister het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het wettelijk systeem (neergelegd in de onder 2 weergegeven bepalingen) verlangt van [naam] dat zij tijdig bezwaar maakt tegen besluiten waarmee zij het niet eens is. Onder het TVL-besluit staat duidelijk vermeld dat [naam] hiertegen bezwaar kan maken, op welke wijze dat moet en binnen welke termijn. De gemachtigde van [naam] heeft het notificatiebericht ontvangen en was er dus van op de hoogte dat er een TVL-besluit klaarstond. Dat hij dacht dat dit een onbeduidend bericht of een positieve beschikking zou zijn, maakt de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van (de gemachtigde van) [naam] om de (digitale) post in de gaten te houden en zo nodig tijdig maatregelen te treffen.
7. Nu het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, is het beroep ongegrond. Het College komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de door [naam] opgestuurde informatie.

Conclusie

8. Het beroep is ongegrond.
9. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van I.E. van de Geest, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2023.
w.g. D. Brugman w.g. I.E. van de Geest