Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2024 in de zaak tussen
[naam 2] B.V., te [plaats] (de onderneming)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De zaak betreft het beroep van een curator tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat tot afwijzing van subsidieaanvragen op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over meerdere kwartalen in 2021. De minister wees de aanvragen af omdat de onderneming werd aangemerkt als een onderneming in moeilijkheden (OIM) op het niveau van de Nederlandse onderneming.
De onderneming maakt deel uit van een internationale groep waarvan de minister niet betwist dat deze niet als OIM kwalificeert. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de OIM-toets moet plaatsvinden op het niveau van de Nederlandse onderneming of op het niveau van de gehele internationale groep zoals bedoeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV).
Het College oordeelt dat de minister onjuist heeft gehandeld door ook op het niveau van de Nederlandse onderneming te toetsen. Volgens het College moet de toetsing plaatsvinden op het niveau van de onderneming zoals gedefinieerd in de AGVV, dus inclusief de internationale groep. De minister moet een nieuw besluit nemen waarbij deze juiste toets wordt toegepast. Tevens veroordeelt het College de minister in de proceskosten van de onderneming.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit van de minister vernietigd wegens onjuiste toepassing van de OIM-toets op het niveau van de Nederlandse onderneming.