De ondernemer had een aanvraag ingediend voor de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021, welke door de minister van Economische Zaken en Klimaat werd afgewezen wegens het niet behalen van het vereiste omzetverlies van minimaal 20%.
De omzet was berekend op basis van gegevens van de Belastingdienst, waarbij de opbrengst van een ingeruilde bedrijfsauto niet als omzet werd meegenomen. De ondernemer voerde aan dat deze opbrengst wel meegenomen moest worden, omdat deze niet zichtbaar was in de aangifte omzetbelasting vanwege een boekhoudkundige correctie.
Het College oordeelde dat de minister terecht is uitgegaan van de omzetgegevens van de Belastingdienst conform artikel 2.5.3, zesde lid, van de TVL-regeling. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de minister eerder een fout had gemaakt bij de broer van de ondernemer, maar het bestuursorgaan niet gehouden is een gemaakte fout te herhalen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten toegekend.