ECLI:NL:CBB:2024:234

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
8 maart 2024
Publicatiedatum
27 maart 2024
Zaaknummer
24/185
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet dieren
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening inzake isolatie van katten ter voorkoming rabiësverspreiding

Op 3 februari 2024 constateerden inspecteurs van de NVWA dat mevrouw met twee katten op Schiphol aankwam zonder te voldoen aan de rabiësvoorschriften. Op 9 februari 2024 werden vijf katten in isolatie geplaatst. De minister besloot tot afzondering van de katten, waartegen mevrouw bezwaar maakte en een voorlopige voorziening verzocht.

Tijdens de zitting op 8 maart 2024 stelde de voorzieningenrechter vast dat de twee katten met het vliegtuig uit Turkije waren gekomen, waarvoor specifieke vaccinatie- en testregels gelden. Verzoekster stelde dat het om Nederlandse katten ging die via Turkije waren vervoerd, maar dit werd niet onderbouwd.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen reden was het besluit onrechtmatig te achten. De belangenafweging gaf voorrang aan de volks- en diergezondheid vanwege het risico op rabiësverspreiding boven de belangen van verzoekster en haar katten. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Partijen spraken af nader contact te hebben over de verdere bezwaarprocedure.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen vanwege het zwaardere belang van volks- en diergezondheid.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/185
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 maart 2024 in de zaak tussen

[naam 1] , te [plaats] ,

en

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

(gemachtigde: mr. B.M. Kleijs).

Procesverloop

Op 3 februari 2024 hebben inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) geconstateerd dat mevrouw [naam 1] met twee katten op Schiphol aankwam, zonder dat deze katten voldeden aan de regelgeving om verspreiding van rabiës te voorkomen. Op 9 februari 2024 hebben inspecteurs van de NVWA een bezoek gebracht aan de woning van [naam 1] . Tijdens dit bezoek zijn in totaal vijf katten meegenomen en onder officieel toezicht in afzondering geplaatst. In zijn brief van 21 februari 2024 heeft de minister zijn besluit tot het afzonderen van de katten toegelicht.
Mevrouw [naam 1] heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De zitting was op 8 maart 2024. Bij de zitting waren aanwezig [naam 1] , en namens de minister B.M. Kleijs en [naam 2] .
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. Tijdens de zitting is vastgesteld dat het verzoek nog ziet op twee katten. Van deze twee katten staat vast dat ze met het vliegtuig vanuit Turkije Nederland zijn binnengekomen. Daar gelden regels voor, onder andere over vaccinaties tegen rabiës en het vooraf testen van de werking van die vaccinaties. Mevrouw [naam 1] heeft aangevoerd dat het gaat om Nederlandse katten, waarmee zij op dat moment uit Cyprus kwam en via Turkije naar Nederland is gevlogen, en dat daarom andere regels gelden. De voorzieningenrechter heeft daar geen onderbouwing van gezien, zodat zij daar nu niet van uit kan gaan. Er is daarom voorlopig geen reden om te zeggen dat het besluit onrechtmatig was.
2 Vervolgens weegt de voorzieningenrechter de belangen die er spelen tegen elkaar af. Aan de ene kant wegen de belangen van mevrouw [naam 1] en van de katten mee, zeker als het gaat om de zwangere kat. Daar tegenover staan de belangen van de volks- en diergezondheid om de verspreiding van rabiës te voorkomen. Omdat de voorzieningenrechter er voorlopig van uitgaat dat de katten uit Turkije komen, is er sprake van een risico op verspreiding van rabiës. Daarom wegen de belangen van volks- en diergezondheid zwaarder dan de belangen van mevrouw [naam 1] . Op dit moment ziet de voorzieningenrechter dus geen reden om te bepalen dat de katten terug moeten worden gegeven aan mevrouw [naam 1] .
3 Partijen hebben tijdens de zitting afgesproken dat meneer Kleijs volgende week contact zal opnemen met mevrouw [naam 1] om een datum af te spreken voor de hoorzitting. Daarnaast heeft de minister toegezegd ernaar te streven om binnen vier weken een beslissing te nemen op het bezwaar van mevrouw [naam 1] . Mevrouw [naam 1] kan in het kader van de lopende bezwaarprocedure nog stukken aanleveren.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, in aanwezigheid van mr. L.N. Foppen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2024.
w.g. M. van der Knijff w.g. L.N. Foppen
Afschrift verzonden aan partijen op: