ECLI:NL:CBB:2024:278

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
3 april 2024
Publicatiedatum
18 april 2024
Zaaknummer
23/1111
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 4.5.1 Regeling nationale EZK- en LNV-subsidiesArtikel 4.5.2 Regeling nationale EZK- en LNV-subsidiesVerordening (EU) nr. 811/2013
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing investeringssubsidie duurzame energie voor lucht-luchtwarmtepomp bevestigd

De minister heeft de aanvraag van een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor een lucht-luchtwarmtepomp afgewezen. De aanvrager maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde de aanvrager beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

Het College oordeelde dat de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies expliciet lucht-luchtwarmtepompen uitsluit van de investeringssubsidie voor warmtepompen. Deze apparaten worden niet als ruimteverwarmingstoestel aangemerkt volgens de Regeling en de relevante Europese verordening. De minister heeft deze uitsluiting als een bewuste beleidskeuze van de wetgever toegelicht, mede vanwege het multifunctionele karakter van lucht-luchtwarmtepompen die ook voor koeling en ventilatie kunnen worden gebruikt.

Het College achtte deze beleidskeuze niet onevenredig, ook niet omdat de aanvrager zijn lucht-luchtwarmtepomp uitsluitend voor verwarming gebruikt. Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de subsidieaanvraag.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag voor een lucht-luchtwarmtepomp is ongegrond verklaard.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 23/1111
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2024 in de zaak tussen

[naam] , te [plaats] ( [naam] )

en

de minister voor Klimaat en Energie

(gemachtigde: mr. M. Zweers)

Procesverloop

Met het besluit van 23 januari 2023 heeft de minister de aanvraag van een investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (investeringssubsidie) in het kader van titel 4.5 van de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies (Regeling) voor een luchtluchtwarmtepomp afgewezen.
Met het besluit van 22 maart 2023 heeft de minister het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.
[naam] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 3 april 2024. Aan de zitting hebben deelgenomen [naam] en de minister, bijgestaan door zijn gemachtigde.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing zijn als volgt.

Beslissing

Het College verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Om voor een investeringssubsidie voor een warmtepomp op grond van de Regeling in aanmerking te komen, moet het gaan om een ruimteverwarmingstoestel of een waterverwarmingstoestel dat is uitgerust met een lucht-waterwarmtepomp, een grondwaterwarmtepomp of een water-waterwarmtepomp (artikel 4.5.2, tweede lid, aanhef en onder a, onderdeel 1, van de Regeling). Uit de definitie van een ruimteverwarmingstoestel in de Regeling volgt dat het gaat om een ruimteverwarmingstoestel met warmtepomp als bedoeld in bijlage I, onderdeel 3 of onderdeel 4, van verordening (EU) nr. 811/2013, niet zijnde een lucht-luchtwarmtepomp (artikel 4.5.1 van de Regeling).
2 Naar het oordeel van het College heeft de minister de subsidieaanvraag terecht afgewezen, omdat een lucht-luchtwarmtepomp op grond van de Regeling niet in aanmerking komt voor investeringssubsidie. De Regeling sluit lucht-luchtwarmtepompen uitdrukkelijk uit als ruimteverwarmingstoestel (artikel 4.5.1 van de Regeling). Uitsluiting van luchtluchtwarmtepompen is volgens de minister een bewuste keuze geweest van de wetgever, omdat deze apparaten ook voor koeling of ventilatie kunnen worden gebruikt. Het College acht die keuze niet onevenredig. Dat [naam] zijn lucht-luchtwarmtewarmtepomp niet gebruikt om te koelen, maar om te verwarmen, maakt dat niet anders.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van mr. L. ten Hove, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2024.
w.g. D. Brugman w.g. L. ten Hove