ECLI:NL:CBB:2024:323
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Geheimhoudingsbeslissing
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhoudingsverzoek inzake persoonsgegevens en werklocaties dierenartsen in handhavingszaak
Het bedrijf houdt zich bezig met de opvang, het fokken en verhandelen van honden en voert beroep tegen besluiten van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over handhavend optreden. De minister verzocht geheimhouding van persoonsgegevens en werklocaties van dierenartsen in diverse stukken, vanwege risico op agressie en overlast vanuit het bedrijf richting deze professionals.
De rechter-commissaris heeft op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht de belangen afgewogen. Enerzijds het belang van het bedrijf om over alle relevante informatie te beschikken, anderzijds het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van dierenartsen en het voorkomen van agressie.
De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van kennisneming van de namen en locaties van individuele dierenartsen in stukken B10 tot en met B12, B16 en B17 gerechtvaardigd is. De weggelakte gegevens betreffen slechts een klein deel van de stukken en het belang van bescherming tegen agressie weegt zwaarder dan het belang van het bedrijf om deze gegevens te kennen.
Voor stuk B13, waarin het gaat om de naam van een instituut en team, is beperking niet gerechtvaardigd. Het bedrijf heeft belang bij deze informatie om de gedragsconstateringen goed te kunnen beoordelen, en er is geen reëel risico op agressie tegen het instituut of team.
De rechter-commissaris bepaalt de verdere procedure en verzoekt het bedrijf om binnen twee weken aan te geven of het instemt met uitspraak op basis van de vertrouwelijke stukken.
Uitkomst: Beperking van kennisneming van persoonsgegevens en werklocaties van dierenartsen is gerechtvaardigd, beperking voor instituut en team niet.