ECLI:NL:CBB:2024:363
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt geen recht op TVL-subsidie wegens onvoldoende omzetverlies
De ondernemer had voor het vierde kwartaal van 2021 een subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister verleende aanvankelijk een voorlopige subsidie en betaalde een voorschot uit, maar stelde de subsidie later definitief vast op nul euro omdat het vereiste omzetverlies van ten minste 20% niet was aangetoond.
De omzet in de subsidieperiode bedroeg €126.191,- terwijl de omzet in de referentieperiode €28.986,- was, waardoor geen sprake was van omzetverlies. De ondernemer wilde de opbrengst uit de verkoop van een sportpaviljoen buiten beschouwing laten, maar het College oordeelde dat deze opbrengst als omzet moet worden beschouwd omdat deze in de aangifte omzetbelasting was opgenomen.
Het College vond geen bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat van het omzetbegrip van de TVL-regeling zou worden afgeweken. De minister mocht daarom het voorschot terugvorderen. Het beroep van de ondernemer werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nihil met terugvordering van het betaalde voorschot.