ECLI:NL:CBB:2024:454
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten COVID-19 wegens te late indiening niet onevenredig
Een ondernemer diende een aanvraag in voor de TVL-subsidie over het eerste kwartaal van 2022, maar deed dit na de uiterste aanvraagdatum van 31 maart 2022. De minister van Economische Zaken en Klimaat wees de aanvraag af wegens te late indiening. De ondernemer stelde dat hij niet wist van de gewijzigde aanvraagtermijn en dat hij pas na afloop van het kwartaal de aanvraag wilde doen vanwege de beschikbaarheid van omzetcijfers. Tevens verwees hij naar eerdere toezeggingen van ministers over steun aan ondernemers en benadrukte zijn financiële afhankelijkheid.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de minister terecht de aanvraag had afgewezen. Het College benadrukte dat het de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer is om de subsidievoorwaarden tijdig te kennen en dat de minister niet verplicht is ondernemers actief te informeren over gewijzigde termijnen. Het advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland om na afloop van het kwartaal aan te vragen, doet hier niet aan af omdat de aanvraag op basis van een schatting kan worden gedaan.
De algemene uitlatingen van ministers vormen geen individuele toezeggingen en kunnen de afwijzing niet rechtvaardigen. Ook de financiële situatie van de ondernemer rechtvaardigt geen uitzondering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.