ECLI:NL:CBB:2024:576
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vanwege niet voldoen aan vestigingsvereiste
De onderneming heeft een subsidieaanvraag ingediend voor het eerste kwartaal van 2022 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister heeft deze aanvraag afgewezen omdat de onderneming niet voldoet aan het vestigingsvereiste, dat inhoudt dat een onderneming minimaal één vestiging moet hebben die fysiek gescheiden is van de privéwoning van de eigenaar met een eigen toegang.
De onderneming heeft het niet voldoen aan het vestigingsvereiste niet betwist, maar stelde dat niet duidelijk is of het vestigingsvereiste een kantoor in Nederland vereist. Tevens voerde zij aan dat in vergelijkbare gevallen met een kantoor aan huis wel subsidie is toegekend, en beriep zich op het gelijkheidsbeginsel. Ook wees zij op bijzondere omstandigheden die volgens haar tot honorering van de aanvraag zouden moeten leiden.
Het College heeft geoordeeld dat het niet nodig is te beoordelen of het vestigingsvereiste een kantoor in Nederland vereist, omdat niet is gebleken dat de onderneming een vestiging buiten Nederland heeft. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat de onderneming geen concrete of gespecificeerde gevallen heeft genoemd die vergelijkbaar zijn. Bijgevolg is de afwijzing van de subsidieaanvraag terecht en het beroep ongegrond verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan het vestigingsvereiste.