Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2024 in de zaken tussen
[naam 2] B.V.( [naam 2] )
College van Beroep voor het bedrijfsleven
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben [naam 1] B.V. en [naam 2] B.V. beroep ingesteld tegen besluiten van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de vaststelling van tegemoetkomingen in schade wegens het ruimen van nertsen vanwege SARS-CoV-2. De minister had aanvankelijk een gedeeltelijke vergoeding toegekend, maar na aanhouding van de zaak heeft hij op 7 december 2023 de besluiten herzien en de tegemoetkomingen vastgesteld op 100% van de getaxeerde waarde, inclusief wettelijke rente en vergoeding van griffierecht en proceskosten volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Ondanks deze herziening hebben de partijen hun beroepen gehandhaafd en verzocht om een integrale proceskostenvergoeding. Het College stelt vast dat de minister met de herzieningsbesluiten volledig tegemoet is gekomen aan de beroepen, waardoor de partijen geen belang meer hebben bij inhoudelijke behandeling. De beroepen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Het College draagt de minister op het betaalde griffierecht aan beide vennootschappen te vergoeden en veroordeelt de minister in de proceskosten van respectievelijk €1.750,- voor [naam 1] en €875,- voor [naam 2], gebaseerd op het Bpb. Een integrale proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen uitzonderlijke omstandigheden zijn gebleken die dit rechtvaardigen.
De uitspraak is gedaan door mr. M.J. Jacobs en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2024.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten conform het Bpb.