ECLI:NL:CBB:2024:677
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag warmtepomp bijgebouw wegens ontbreken hoofdverblijf
Appellant is eigenaar van een vrijstaand woonhuis met een carport en een bijgebouw dat deels als kantoor- en studeerruimte wordt gebruikt. Voor beide gebouwen heeft hij een warmtepomp laten plaatsen en subsidie aangevraagd. De subsidie voor de warmtepomp in het woonhuis werd toegekend, maar de aanvraag voor het bijgebouw werd afgewezen omdat het bijgebouw niet als woning wordt gebruikt.
De minister kwalificeerde de aanvraag voor het bijgebouw als zakelijke aanvraag, waarvoor andere voorwaarden gelden, waaronder het tijdig aanvragen van subsidie voorafgaand aan de investering. Appellant stelde dat het bijgebouw volgens WOZ-gegevens en de Belastingdienst als één woning met één gebruiksdoel wordt gezien en dat hij het gebouw voor 90% privé gebruikt, met betaling uit privévermogen.
Het College oordeelt dat het bijgebouw een aparte onroerende zaak is en dat appellant daar niet zijn hoofdverblijf heeft. Volgens de Regeling nationale EZK- en LNV-subsidies kan slechts één hoofdverblijf bestaan en is appellant eigenaar-bewoner alleen van het woonhuis. De subsidieaanvraag voor het bijgebouw is daarom terecht als zakelijke aanvraag beoordeeld en afgewezen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidieaanvraag voor het bijgebouw terecht afgewezen.