Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CBB:2024:785

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
31 oktober 2024
Zaaknummer
22/910
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:19 BWArt. 2:23c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbinding onderneming en vervallen belang

De onderneming [naam 1] B.V. is op 31 december 2023 ontbonden door besluit van de algemene vergadering, zoals vermeld in artikel 2:19 lid 1 BW Pro. Bij ontbinding waren geen baten meer aanwezig en de onderneming is per 24 januari 2024 uit het handelsregister uitgeschreven. Hierdoor is de onderneming op dat moment opgehouden te bestaan conform artikel 2:19 lid 4 BW Pro.

De onderneming had geen baten meer en er is geen verzoek tot heropening van de vereffening ingediend op grond van artikel 2:23c lid 1 BW. Omdat de onderneming na ontbinding niet meer voortbestond, is het belang bij het voortzetten van het beroep komen te vervallen. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het beroep niet inhoudelijk.

Het geschil betrof de registratie van [naam 2] als uiteindelijk belanghebbende (UBO) van de onderneming door de Kamer van Koophandel. De KvK had aanvankelijk de registratie geweigerd wegens ontbrekende kopie van de achterzijde van het identiteitsbewijs, maar heeft [naam 2] later als UBO ingeschreven. Het bezwaar van de onderneming tegen de weigering werd ongegrond verklaard, waarna beroep werd ingesteld.

De zitting vond plaats op 26 juni 2024, waarna het onderzoek werd gesloten en later heropend voor nieuwe stukken. De vereffenaar [naam 3] B.V. reageerde op deze stukken. Geen partij maakte gebruik van het recht op een nadere zitting. Het College besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en de KvK hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen belang na ontbinding van de onderneming.

Uitspraak

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 22/910

uitspraak van de meervoudige kamer van 5 november 2024 in de zaak tussen

[naam 1] B.V., te [plaats 1] (onderneming)

(gemachtigde: [naam 2] )
en

Kamer van Koophandel (KvK)

(gemachtigde: mr. J.P.M. van der Ende)

Procesverloop

Met de e-mail van 6 september 2021 heeft de KvK meegedeeld de opgave van [naam 2] tot zijn registratie als uiteindelijk belanghebbende (ook wel: UBO) van de onderneming niet te kunnen verwerken, omdat een kopie van de achterzijde van het identiteitsbewijs ontbreekt.
[naam 2] heeft zich in verband met een nieuwe opgave op 23 maart 2022 ten kantore van de KvK gelegitimeerd. Met het besluit van 4 april 2022 heeft de KvK [naam 2] als UBO van de onderneming ingeschreven.
Met het besluit van 15 april 2022 (bestreden besluit) heeft de KvK het bezwaar van de onderneming tegen de weigering om [naam 2] in verband met zijn aanvankelijke opgave als UBO te registreren, ongegrond verklaard.
De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De KvK heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting was op 26 juni 2024. Aan de zitting heeft de gemachtigde van de KvK deelgenomen. Het College heeft het onderzoek na afloop van de zitting gesloten.
Het College heeft het onderzoek naar aanleiding van de door de KvK op 27 juni 2024 ingediende nieuwe stukken heropend en de vereffenaar van de onderneming, [naam 3] B.V., in de gelegenheid gesteld daarop te reageren. [naam 3] B.V. heeft op de desbetreffende stukken gereageerd.
Geen van de partijen heeft verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een nadere zitting te worden gehoord. Het College heeft vervolgens bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Het College stelt vast dat uit het handelsregister van de KvK blijkt dat de onderneming op 31 december 2023 is ontbonden door een besluit van de algemene vergadering als bedoeld in artikel 2:19, eerste lid, aanhef en onder a, van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook blijkt uit het handelsregister dat op het tijdstip van de ontbinding geen bekende baten meer bij de onderneming aanwezig waren en dat de onderneming per 24 januari 2024 uit het desbetreffende register is uitgeschreven.
2 Aangezien de onderneming op het tijdstip van ontbinding geen baten meer had, is de onderneming ingevolge artikel 2:19, vierde lid, van het BW op dat moment opgehouden te bestaan. Niet gebleken is dat een verzoek tot heropening van de vereffening op grond van artikel 2:23c, eerste lid, van het BW is gedaan, ook niet in verband met de onderhavige procedure. Omdat de onderneming na de ontbinding niet meer is blijven voortbestaan, is het belang bij de voortzetting van het beroep komen te vervallen. Het College zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent dat het College het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.
Slotsom
3 Het beroep is niet-ontvankelijk. De KvK hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.O. Kerkmeester, mr. H. van den Heuvel en mr. P. Fortuin, in aanwezigheid van mr. H. Caglayankaya, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024.
w.g. H.O. Kerkmeester w.g. H. Caglayankaya