ECLI:NL:CBB:2024:787
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag warmtepompen wegens ontbreken stimulerend effect
Stichting [naam] diende een aanvraag in voor subsidie voor acht warmtepompen. De minister wees de aanvraag af omdat niet was voldaan aan het vereiste van stimulerend effect, dat inhoudt dat de subsidie moet worden aangevraagd vóór de investering.
De warmtepompen waren aangeschaft op 26 juni 2023, terwijl de subsidieaanvraag pas op 9 augustus 2023 werd ingediend. Hierdoor ontbrak het stimulerend effect zoals voorgeschreven in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening en artikel 22, eerste lid, aanhef en onder c, van het Kaderbesluit nationale EZK- en LNV-subsidies.
De stichting voerde aan dat de regelgeving onuitvoerbaar en onredelijk zou zijn, maar dit werd niet onderbouwd. Ook was er geen sprake van strijd met het vertrouwensbeginsel omdat geen toezegging was gedaan dat de subsidie zonder meer zou worden verleend.
Het College verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat de minister geen proceskosten hoeft te betalen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van stimulerend effect.