ECLI:NL:CBB:2024:796
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende bestuurszaken
In deze bestuursrechtelijke uitspraak veroordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de minister van Economische Zaken tot vergoeding van de proceskosten aan een onderneming. De minister is aan de onderneming tegemoetgekomen door een herzieningsbesluit waarbij een hogere subsidie werd toegekend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022.
De onderneming had haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding, verwijzend naar eerdere correspondentie waarin een voorstel was gedaan over de hoogte van de vergoeding. Het College stelt vast dat deze zaak samenhangt met 30 andere soortgelijke beroepszaken en past daarom artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe om de kosten forfaitair vast te stellen op in totaal € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak.
Het College wijst erop dat de minister reeds een vergoeding in bezwaar had toegekend conform het Bpb en ziet geen aanleiding voor een aanvullende kostenveroordeling in bezwaar. Tevens wordt vermeld dat de minister verplicht is het griffierecht van € 365,- te vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is zonder zitting gedaan en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024 door mr. D. Brugman, met griffier E.A. van der Meel.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de onderneming van € 100,- wegens tegemoetkoming in samenhangende beroepszaken.