ECLI:NL:CBB:2024:799
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende bestuurszaken
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak tussen een onderneming en de minister van Economische Zaken. De onderneming had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister, maar trok dit beroep in nadat de minister met een herzieningsbesluit alsnog subsidie toekende op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. Hierdoor kwam de minister de onderneming tegemoet.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan worden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten indien het tegemoet is gekomen aan de indiener van het beroepschrift. Het College stelde vast dat deze zaak samenhing met nog 30 andere beroepszaken, waardoor toepassing werd gegeven aan artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De kosten werden forfaitair vastgesteld op € 3.100,- in totaal, oftewel € 100,- per samenhangende beroepszaak, omdat het standaardbedrag niet in verhouding stond tot het aantal zaken. Daarnaast werd opgemerkt dat de minister ook het griffierecht van € 365,- moet vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, omdat het College over voldoende informatie beschikte om de proceskostenveroordeling te geven.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- aan proceskosten voor deze beroepszaak.