ECLI:NL:CBB:2024:802
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende beroepszaken
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in een zaak tussen een onderneming en de minister van Economische Zaken. De onderneming had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat de minister met een herzieningsbesluit alsnog subsidie heeft toegekend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. Hierdoor is de minister aan de onderneming tegemoetgekomen.
Het College heeft op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geoordeeld dat de minister de proceskosten in beroep moet vergoeden. Gezien de samenhang met 30 andere beroepszaken heeft het College toepassing gegeven aan artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en de kosten forfaitair vastgesteld op in totaal €3.100,-, oftewel €100,- per zaak.
Het College benadrukte dat de minister reeds een vergoeding in bezwaar had toegekend en zag daarom geen aanleiding voor een nadere kostenveroordeling in bezwaar. Tevens wees het College op de verplichting van de minister om het griffierecht van €365,- te vergoeden volgens artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
De uitspraak werd zonder zitting gedaan omdat voldoende informatie beschikbaar was om de proceskostenveroordeling te bepalen. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van €100,- aan proceskosten voor deze zaak.