ECLI:NL:CBB:2024:803
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende beroepszaken
In deze bestuursrechtelijke uitspraak veroordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de minister van Economische Zaken tot vergoeding van de proceskosten aan de onderneming. De minister heeft aan de onderneming tegemoetgekomen door het toekennen van subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. Hierdoor heeft de onderneming haar beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.
Het College stelt vast dat deze zaak samenhangt met nog 30 andere beroepszaken. Gezien deze samenhang past het College artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht toe en stelt het de proceskosten forfaitair vast op € 3.100,- in totaal, oftewel € 100,- per zaak. Dit bedrag is lager dan het reguliere forfait van € 1.312,50 per zaak, vanwege de omvang van het aantal samenhangende zaken.
Het College wijst er verder op dat de minister reeds een vergoeding in bezwaar heeft toegekend en ziet geen aanleiding voor een aanvullende kostenveroordeling in bezwaar. Daarnaast benadrukt het College dat de minister verplicht is het griffierecht van € 365,- te vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op 5 november 2024 door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van griffier E.A. van der Meel.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- proceskosten aan de onderneming wegens tegemoetkoming en samenhang met andere zaken.