ECLI:NL:CBB:2024:807
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende bestuursrechtelijke beroepszaken
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke beroepszaak tussen de maatschap en de minister van Economische Zaken. De maatschap had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat de minister met een herzieningsbesluit alsnog subsidie toegekend had op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. Hierdoor is de minister aan de maatschap tegemoetgekomen.
Het College oordeelt dat de minister op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) veroordeeld moet worden tot vergoeding van de proceskosten in beroep. Gezien de samenhang van deze zaak met nog 30 andere beroepszaken, past het College artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe en stelt de kosten forfaitair vast op € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak.
Verder merkt het College op dat de minister reeds een vergoeding in bezwaar heeft toegekend en dat de griffierechten van € 365,- rechtstreeks door de minister moeten worden vergoed op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat voldoende informatie aanwezig was om de proceskostenveroordeling te rechtvaardigen.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- proceskosten aan de maatschap wegens tegemoetkoming.