ECLI:NL:CBB:2024:810
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten in samenhangende beroepszaken
In deze bestuursrechtelijke uitspraak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de ondernemer. De minister was aan de ondernemer tegemoetgekomen door middel van een herzieningsbesluit waarin een hogere subsidie voor het eerste kwartaal van 2022 werd vastgesteld op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL).
De ondernemer had het beroep ingetrokken met het verzoek de minister in de proceskosten te veroordelen, verwijzend naar een eerder voorstel over de hoogte van de proceskostenvergoeding. Het College stelde vast dat deze zaak samenhangt met nog 30 andere beroepszaken en paste daarom artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) toe om de kosten forfaitair vast te stellen op €3.100,- totaal, oftewel €100,- per zaak.
Het College deed uitspraak zonder zitting omdat voldoende informatie aanwezig was om de minister te veroordelen. Tevens werd opgemerkt dat de minister reeds een vergoeding in bezwaar had toegekend, zodat geen nadere kostenveroordeling in bezwaar nodig was. Daarnaast wees het College op de wettelijke verplichting voor de minister om griffierechtkosten van €184,- te vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door mr. D. Brugman en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024.
Uitkomst: De minister is veroordeeld tot vergoeding van €100,- aan proceskosten aan de ondernemer wegens tegemoetkoming in subsidie.