ECLI:NL:CBB:2024:814
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten na tegemoetkoming aan maatschap
In deze bestuursrechtelijke uitspraak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 5 november 2024 zonder zitting beslist over proceskostenvergoeding in een beroepszaak tussen een maatschap en de minister van Economische Zaken.
De maatschap had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat de minister met een herzieningsbesluit alsnog subsidie toegekend heeft op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. Hierdoor is de minister aan de maatschap tegemoetgekomen.
Het College stelt vast dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de minister in de proceskosten kan worden veroordeeld wanneer zij aan de indiener van het beroepschrift tegemoetkomt. Gelet op de samenhang met 30 andere zaken wordt de vergoeding forfaitair vastgesteld op in totaal € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak, conform artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De minister was reeds in bezwaar voor de kosten vergoed, zodat het College geen aanleiding ziet tot een nadere kostenveroordeling in bezwaar. Tevens wijst het College op de verplichting van de minister om griffierecht te vergoeden volgens artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.
De uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van griffier E.A. van der Meel, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- proceskosten aan de maatschap wegens tegemoetkoming.