ECLI:NL:CBB:2024:815
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot vergoeding proceskosten wegens tegemoetkoming aan maatschap
In deze bestuursrechtelijke uitspraak van 5 november 2024 heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven de minister van Economische Zaken veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan de maatschap. De maatschap had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat de minister met een herzieningsbesluit alsnog subsidie toekende op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022.
Het College oordeelde dat door deze tegemoetkoming de minister op verzoek van de maatschap in de proceskosten kan worden veroordeeld op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Gezien de samenhang van deze zaak met nog 30 andere beroepszaken, heeft het College het forfaitaire bedrag voor de proceskosten aangepast en vastgesteld op in totaal € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak.
Het College wees tevens op de reeds toegekende vergoeding in bezwaar en zag geen aanleiding voor een nadere kostenveroordeling. Daarnaast werd gewezen op de verplichting van de minister om het griffierecht van € 365,- te vergoeden volgens artikel 8:41, zevende lid, Awb. De uitspraak werd zonder zitting gedaan omdat voldoende informatie beschikbaar was.
Partijen werd gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- aan proceskosten aan de maatschap wegens tegemoetkoming in subsidie.