ECLI:NL:CBB:2024:816
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot proceskostenvergoeding aan maatschap wegens tegemoetkoming
In deze bestuursrechtelijke uitspraak van 5 november 2024 veroordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven de minister van Economische Zaken tot vergoeding van de proceskosten aan de maatschap. De minister is aan de maatschap tegemoetgekomen door het herzieningsbesluit van 28 juni 2024, waarin alsnog subsidie werd toegekend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022.
De maatschap had haar beroep ingetrokken met het verzoek om de minister te veroordelen in de proceskosten, verwijzend naar een eerder voorstel over de hoogte van de vergoeding. Het College stelt vast dat deze zaak samenhangt met 30 andere soortgelijke beroepszaken, waardoor het de proceskosten forfaitair vaststelt op in totaal € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak, in afwijking van het standaardbedrag van € 1.312,50.
Het College oordeelt dat de minister op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) in de proceskosten moet worden veroordeeld. Daarnaast wijst het College op de verplichting van de minister om griffierechtkosten van € 365,- te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat voldoende informatie beschikbaar was om de proceskostenveroordeling te rechtvaardigen.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- aan proceskosten aan de maatschap.