ECLI:NL:CBB:2024:817
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
College veroordeelt minister tot proceskostenvergoeding aan maatschap wegens tegemoetkoming
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft op 5 november 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak tussen een maatschap en de minister van Economische Zaken. De maatschap had beroep ingesteld tegen een besluit van de minister, maar heeft dit beroep ingetrokken nadat de minister met een herzieningsbesluit alsnog subsidie heeft toegekend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022. Hierdoor is de minister aan de maatschap tegemoetgekomen.
Het College stelt vast dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de minister kan worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten indien hij geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. De maatschap heeft verzocht om proceskostenvergoeding, waarbij het College rekening houdt met het feit dat deze zaak samenhangt met nog 30 andere soortgelijke zaken. Daarom past het College een forfaitaire kostenvergoeding toe van € 3.100,-, oftewel € 100,- per zaak.
De minister had de maatschap al een vergoeding in bezwaar toegekend, maar het College ziet geen aanleiding voor een nadere kostenveroordeling in bezwaar. Tevens wijst het College erop dat de minister verplicht is het griffierecht van € 365,- te vergoeden op grond van artikel 8:41, zevende lid, Awb. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat voldoende informatie aanwezig was om de proceskostenveroordeling te bepalen.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van € 100,- aan proceskosten aan de maatschap wegens tegemoetkoming.