Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 november 2024 in de zaken tussen
[stichting] , te [plaats 1] (stichting)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid)
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen in zaak 22/2547 en 23/238 tegen het bestreden besluit II en III en tegen de invorderingsbeschikking ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het kostenbesluit in zaak 21/491 ongegrond;
- verklaart het beroep in zaak 21/491 tegen het bestreden besluit I gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit I voor zover de minister daarin de bezwaren van de stichting tegen de rechtmatigheid van de last onder bestuursdwang van 6 februari 2021 ongegrond heeft verklaard;
- herroept de last onder bestuursdwang van 6 februari 2021 voor zover die betrekking heeft op andere locaties dan de locaties ten aanzien waarvan overtredingen van het Bhd zijn geconstateerd, en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- veroordeelt de minister om aan de stichting een vergoeding voor immateriële schade van € 1.428,57 te betalen;
- veroordeelt de Staat om aan de stichting een vergoeding voor immateriële schade van € 571,43 te betalen;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 360,- in zaak 21/491 aan de stichting te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van de stichting tot een bedrag van (in totaal) € 3.216,75;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van de stichting tot een bedrag van € 218,75.