ECLI:NL:CBB:2024:842
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Schadevergoedingsuitspraak
- T. Pavićević
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursdwangzaak Wet dieren
In deze bestuursrechtelijke procedure staat het beroep van [naam 1] tegen een last onder bestuursdwang centraal, opgelegd door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wegens overtreding van de Wet dieren. De last betrof het laten onderzoeken van de voedingsconditie van de hond van appellant door een dierenarts, nadat een controle had plaatsgevonden naar aanleiding van een melding over de gezondheid van de hond.
De minister heeft het bezwaar van appellant tegen de last onder bestuursdwang ongegrond verklaard. In hoger beroep is niet meer in geschil dat de last terecht is opgelegd omdat de hond te zwaar was. Andere aangevoerde gronden kunnen in deze procedure niet worden behandeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Daarnaast heeft appellant een verzoek tot schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Het College stelt vast dat de bezwaar- en beroepsfase samen bijna een jaar langer dan de toegestane termijn van twee jaar hebben geduurd, zonder dat er sprake is van gerechtvaardigde redenen voor deze overschrijding. Op grond hiervan wordt de Staat veroordeeld tot betaling van € 1.000,- aan appellant voor immateriële schade.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. T. Pavićević en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Staat wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000 schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.