ECLI:NL:CBB:2024:857
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen onderneming inzake subsidie vaste lasten COVID-19
De onderneming had beroep ingesteld tegen besluiten van de minister over de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor Q4 2021. Na een herzieningsbesluit van de minister waarbij een hoger subsidiebedrag werd vastgesteld, gaf de onderneming aan geen belang meer te hebben bij verdere behandeling van de beroepen.
Het College verklaarde de beroepen daarom niet-ontvankelijk en besloot de minister te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten in beroep en de betaalde griffierechten. De onderneming had ook een verzoek ingediend tot immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar het College oordeelde dat de bezwaar- en beroepsfase niet langer dan twee jaar hadden geduurd, mede door aanhoudingsverzoeken van de onderneming.
De minister had reeds een kostenvergoeding toegekend in de bezwaarfase en het College zag geen aanleiding tot aanvullende vergoedingen. Voor de vergoeding van wettelijke rente verwees het College naar een nader te nemen beschikking door de minister. De uitspraak werd gedaan door mr. D. Brugman en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2024.
Uitkomst: De beroepen van de onderneming zijn niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten, terwijl het verzoek om immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding is afgewezen.